Wanneer het ontslag niet is gebaseerd op langdurige arbeidsongeschiktheid of bedrijfseconomische omstandigheden, wordt het ontslagverzoek behandeld door de kantonrechter. Daarbij beoordeelt de kantonrechter tevens of herplaatsing binnen de organisatie mogelijk is, eventueel met behulp van om- of bijscholing. De onderstaande ontslaggronden leiden in de praktijk altijd tot een procedure bij de kantonrechter:
- (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer
- een verstoorde arbeidsrelatie
- frequent ziekteverzuim met onaanvaardbare gevolgen voor de onderneming
- disfunctioneren
- werkweigering wegens zwaarwegend gewetensbezwaar
- combinatie grond
- andere reden

Verhoogde transitievergoeding bij combinatiegrond
Wanneer een afzonderlijke ontslaggrond op zichzelf onvoldoende is om het ontslag toe te wijzen, maar een samenloop van meerdere gronden wel leidt tot goedkeuring door de kantonrechter (de combinatiegrond), kan dit resulteren in een hogere transitievergoeding bij ontslag via de kantonrechter. Indien ook de combinatie van verschillende ontslaggronden niet toereikend wordt geacht, zal de kantonrechter het ontbindingsverzoek afwijzen en blijft het dienstverband ongewijzigd in stand.
Disfunctioneren
Wanneer de werkgever stelt dat sprake is van disfunctioneren, rust op de werkgever een vergaande inspanningsverplichting om verbetering mogelijk te maken. De werkgever moet het disfunctioneren tijdig kenbaar maken en samen met de werknemer een verbetertraject inzetten. Daarbij moet duidelijk zijn welke onderdelen verbetering behoeven en op welke wijze dit kan worden gerealiseerd. Het aanbieden van scholing kan hier onderdeel van uitmaken. Daarnaast is de werkgever verplicht een zorgvuldig opgebouwd dossier te hebben waaruit blijkt dat het functioneren onvoldoende is, voordat een verzoek tot ontbinding bij de kantonrechter wordt ingediend. Ook moet worden onderzocht of herplaatsing binnen de organisatie in een passende functie mogelijk is.
In de praktijk blijkt echter vaak dat het dossier niet voldoende is onderbouwd, waardoor de ontslagaanvraag wordt afgewezen. In dergelijke situaties kiest de werkgever regelmatig alsnog voor een vaststellingsovereenkomst om het dienstverband te beëindigen. Ook komt het regelmatig voor dat werkgevers direct kiezen voor een vaststellingsovereenkomst om een procedure bij de kantonrechter te voorkomen. Dit heeft te maken met het feit dat een procedure bij de kantonrechter onzeker en intensief kan zijn. In die situatie bevindt de werknemer zich doorgaans in een sterke onderhandelingspositie, zeker wanneer het functioneren ter discussie staat. Ontslag Ondersteuning kan dit traject begeleiden en ziet erop toe dat de bepalingen in de vaststellingsovereenkomst zo gunstig mogelijk worden vastgelegd.
Procedure bij de kantonrechter
Na indiening van het verzoekschrift door de werkgever vangt de ontslagprocedure aan. De procedure wordt binnen vier weken in behandeling genomen. In deze periode krijgt u de gelegenheid om schriftelijk verweer te voeren door middel van een verweerschrift. Tijdens de zitting wordt het verzoek behandeld en kunt u uw standpunt toelichten.
De kantonrechter hoort beide partijen, beoordeelt het verzoek en toetst of één of meerdere ontslaggronden voldoende zijn om het dienstverband te beëindigen. Daarbij wordt ook beoordeeld of aanleiding bestaat voor toekenning van een hogere ontslagvergoeding.
Indien partijen tijdens de procedure alsnog overeenstemming bereiken, wordt een schikking getroffen. De gemaakte afspraken zijn bindend en worden door de rechter vastgelegd in een proces-verbaal dat door beide partijen wordt ondertekend.
Wanneer geen overeenstemming wordt bereikt, volgt een uitspraak van de kantonrechter. Deze beslissing wordt binnen twee weken na de zitting schriftelijk aan de partijen toegezonden.
Hoger beroep
Zowel de werkgever als de werknemer kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep instellen. Daarbij vormt de uitspraak van de kantonrechter het uitgangspunt. Indien het ontslag wordt toegewezen, mag de werkgever het ontslag uitvoeren, ook wanneer hoger beroep is ingesteld. Wanneer het ontslag wordt afgewezen, blijft de arbeidsovereenkomst van kracht, eveneens gedurende een eventueel hoger beroep.
In de praktijk komt het regelmatig voor dat een werkgever, na afwijzing van het ontslagverzoek door de kantonrechter, alsnog kiest voor beëindiging van het dienstverband via een vaststellingsovereenkomst. In die situatie bevindt de werknemer zich doorgaans in een sterke onderhandelingspositie. Het dienstverband blijft namelijk formeel bestaan en de werkgever kan geen eenzijdig ontslag doorvoeren zonder nieuwe toestemming. Hierdoor ontstaat vaak ruimte om aanvullende of gunstigere afspraken te maken over de voorwaarden van het ontslag in de vaststellingsovereenkomst. Ontslag Ondersteuning kan u begeleiding in dit proces.
