Uitbetaling transitievergoeding

Een transitievergoeding wordt in de vaststellingsovereenkomst altijd opgenomen als een brutobedrag. De vraag is vervolgens welk bedrag daar netto van overblijft en op welke wijze dit kan worden geoptimaliseerd. Onderstaand wordt toegelicht wat het verschil is tussen bruto en netto bij een transitievergoeding, hoe de fiscale heffing plaatsvindt en welke mogelijkheden er zijn om het nettoresultaat te verhogen.

Bruto en netto transitievergoeding

De transitievergoeding is een wettelijk recht bij ontslag en wordt door de werkgever toegekend als een brutobedrag. Dit houdt in dat hierover nog belastingen en sociale premies worden ingehouden. Het bedrag dat na deze inhoudingen daadwerkelijk wordt uitbetaald en op de rekening wordt ontvangen, betreft het netto bedrag.

Bruto transitievergoeding
De bruto transitievergoeding is het totale bedrag dat de werkgever vaststelt bij beëindiging van het dienstverband. Dit bedrag wordt opgenomen in de vaststellingsovereenkomst en vormt het uitgangspunt voor de verdere fiscale verwerking. Van dit bedrag zijn nog geen belastingen of premies afgetrokken.

Netto transitievergoeding
De netto transitievergoeding is het bedrag dat resteert nadat loonheffing en eventuele sociale premies zijn ingehouden. De hoogte van dit nettobedrag is afhankelijk van onder meer het totale inkomen en de belastingtarieven die op de werknemer van toepassing zijn.

Belasting transitievergoeding

De Belastingdienst beschouwt een transitievergoeding als een eenmalige aanvullende inkomstenpost. Dit bedrag wordt opgeteld bij het reguliere jaarinkomen en belast volgens het geldende progressieve belastingstelsel. Afhankelijk van de hoogte van de vergoeding en het totale inkomen kan dit ertoe leiden dat (een deel van) de transitievergoeding in een hoger belastingtarief valt.


In 2026 zijn de volgende inkomstenbelastingtarieven van toepassing:

  • Tot een inkomen van € 38.883 geldt een tarief van 35,75%
  • Voor een inkomen van € 38.883 tot € 79.137 geldt een tarief van 37,56%.
  • Voor een inkomen boven € 79.137 geldt een tarief van 49,50%.


Transitievergoedingen worden belast volgens de zogenoemde groene tabel, die van toepassing is op bijzondere beloningen, zoals ontslagvergoedingen. Bij deze tabel wordt geen arbeidskorting toegepast.

Praktische uitwerking
Ontvangt een werknemer bijvoorbeeld een bruto transitievergoeding van € 10.000 en bedraagt het totale inkomen in 2025, inclusief deze vergoeding, € 40.000, dan wordt de vergoeding belast tegen 36,97%. In dat geval resteert netto ongeveer € 6.303. Indien het totale inkomen boven € 75.518 uitkomt, wordt het deel boven deze grens belast tegen het hogere tarief van 49,5%.

Optimalisatie nettoresultaat transitievergoeding

Hoewel over een transitievergoeding belasting verschuldigd is, bestaan er mogelijkheden om het nettobedrag te optimaliseren. Dit kan onder andere door:

Inzet van de transitievergoeding voor scholing
Wanneer (een deel van) de transitievergoeding wordt gebruikt voor scholing, omscholing of outplacement, is dit bedrag vrijgesteld van belastingheffing. Dit kan leiden tot een aanzienlijk fiscaal voordeel.

Voorbeeld
Wordt een transitievergoeding van € 10.000 ontvangen en wordt daarvan € 5.000 besteed aan een opleiding, dan wordt uitsluitend het resterende bedrag van € 5.000 belast.

Gebruikmaken van de middelingsregeling
De middelingsregeling kan gunstig zijn wanneer de transitievergoeding ertoe leidt dat het inkomen (tijdelijk) in een hoger belastingtarief valt. Door toepassing van deze regeling wordt het inkomen verdeeld over drie aaneengesloten jaren, wat kan resulteren in een lagere belastingdruk.

Voorwaarden voor middeling

  • Het verschil tussen de verschuldigde belasting zonder middeling en met middeling moet ten minste € 545 bedragen.
  • Een verzoek tot middeling kan pas worden ingediend nadat de definitieve aanslagen over de betreffende drie jaren zijn ontvangen.

Scroll naar boven